Uitleg van bouwlaserspecificaties

Uitleg van alle specificaties van een bouwlaser: 

Inhoudsopgave:

1. Nauwkeurigheid:
2. Werkbereik Ø (ontvanger):
3. Bereik (ontvanger):
4. Bereik (zicht):
5. Zelfnivellerend:
6. Nivelleerbereik:
7. Mechanisme:
8. Functies:
9. Veiligheid functies:
10. Afschot:
11. Afschot mechanisme:
12. Afschot invoer:
13. Totaal afschot:
14. Loodlijn:
15. Rotatiesnelheid:
16. Laserdiode:
17. Bescherming:
18. Werkduur:
19. Voeding:
20. Oplaadbaar:
21. Netstroomaansluiting:
22. Werktemperatuur:
23. Gewicht:
24. Aansluiting:
25. Afmetingen LxBxH:
26. Garantie:





Nauwkeurigheid:

De nauwkeurigheid van een bouwlaser geeft aan wat de maximale afwijking mag zijn op 10 meter. Dit wordt altijd in millimeters uitgedrukt. Wanneer de afwijking van een bouwlaser bijvoorbeeld 0,5mm op 10 meter is, mag de laserlijn maar maximaal 0,5 millimeter of 10 meter afwijken van het absolute nulpunt. Dit betekent wel dat het 0,5mm hoger of lager kan zijn dan het absolute nulpunt. De nauwkeurigheid van een bouwlaser is vaak afhankelijk van de kwaliteit. Bouwlasers die van hogere kwaliteit zijn, hebben vaak een kleinere afwijking en zijn dus nauwkeuriger.





Werkbereik Ø met ontvanger:

Het werkbereik van een bouwlaser is het bereik van de bouwlaser tot de ontvanger, maar dan verdubbelt. Bij het werkbereik wordt er vanuit gegaan dat de bouwlaser in het midden opgesteld staat. Hierdoor kan aan de ene kant het maximale bereik gehaald worden en aan de andere kant. Het bereik wordt hiermee dus verdubbelt. Het bereik van een bouwlaser in combinatie met een handontvanger is altijd groter dan het zichtbare bereik. In combinatie met een ontvanger kan de laserlijn ontvangen worden terwijl deze voor het oog niet zichtbaar is. Dit kan dus zowel binnen als buiten. De ontvanger laat door middel van akoestische en optische signalen weten waar de laserlijn zich bevindt. Ook het bereik van de handontvanger is afhankelijk van de lichtomstandigheden. Wanneer bijvoorbeeld de zon op het ontvangstvenster schijnt, kan het bereik met 10%-20% afnemen. 





Bereik met ontvanger:

Het bereik van een bouwlaser wordt altijd aangeduid in meters van de bouwlaser tot de handontvanger. De afstand van de bouwlaser tot de handontvanger ligt vaak tussen de 250 en 500 meter. Het bereik van een bouwlaser is ook altijd afhankelijk van de lichtomstandigheden. Vooral het ontvangstvenster van de handontvanger kan hier hinder van ondervinden. Wanneer de zon recht in het venster schijnt, kan het bereik met wel 10% - 20% afnemen.





Bereik op zicht:

Het zichtbereik van een bouwlaser is vaak beperkt. De meeste bouwlasers zijn gemaakt om in combinatie met een ontvanger te gebruiken. In de regel worden bouwlasers voor buiten gebruikt. Omdat dan de laserlijn niet zichtbaar is, wordt er dus standaard met een ontvanger gewerkt. Uiteraard is het mogelijk een bouwlaser ook binnen te gebruiken. Omdat de laserlijn bestaat uit een laserpunt die roteert, is de laserlijn altijd iets minder goed zichtbaar. Voor de meeste binnen (interieur) toepassingen zoals het plaatsten van systeemwanden of systeemplafonds worden groene bouwlasers gebruikt. Deze bouwlasers zijn speciaal voor binnengebruik. Bij buitengebruik heeft een groene laserstraal geen enkel voordeel ten opzichte van rood. Binnen is dit wel degelijk het geval. De groene laserstraal is 4 tot 6 keer beter zichtbaar dan de rode. Vaak wordt er ook nog eens een krachtigere laserdiode gebruikt zodat een groot zichtbaar werkbereik ontstaat. 





Zelfnivellerend:

Elke bouwlaser die we bij TOP-bouwlaser.nl verkopen is zelfnivellerend. Zelfnivellerend houdt in dat de laserlijn zichzelf waterpas stelt. De laserlijnen van een zelfnivellerende bouwlaser zijn dus waterpas, zowel horizontaal als verticaal. Het zelfnivelleren van de bouwlaser kan op verschillende manieren. De meest voorkomende manier bij bouwlasers is door middel van een servomotoren.

Servomotoren 
Wanneer een bouwlaser door middel van servomotoren genivelleerd wordt, wordt het mechanisme door middel van kleine servomotoren waterpas gesteld. Door de ingebouwde digitale libellen (digitale waterpas) weten de servomotoren hoeveel het binnenwerk bijgesteld moet worden. Het mechanisme kan dus niet meer vrij bewegen, maar zit vast. De servomotoren kunnen het mechanisme zeer nauwkeurig stellen, waardoor een hoge nauwkeurigheid gewaarborgd kan worden. 

Pendelmechanisme
Een pendelmechanisme houdt in dat het volledige binnenwerk van de bouwlaser vrij kan hangen. Door middel van twee beweegbare assen die vrij kunnen bewegen door lagers, is het mogelijk dat het mechanisme kan hangen en vrij kan bewegen. Dit is te vergelijken met het hangen van een steen aan een touw. Deze zal automatisch loodrecht naar beneden hangen. Vaak wordt een pendelmechanisme magnetisch gedempt zodat deze sneller stil hangt. Deze methode wordt bij bouwlasers eigenlijk nooit meer gebruikt. 





Nivelleerbereik:

Het nivelleerbereik van een bouwlaser wordt bepaalt door de maximale ruimte die het mechanisme heeft binnen in de behuizing. Het nivelleerbereik van de meeste bouwlasers ligt zo rond de 5 graden. Omgerekend in procenten is dit ongeveer 9%. Binnen deze 5 graden kan het mechanisme de scheefstand compenseren waardoor de laserstraal genivelleerd (waterpas) kan worden. De meeste bouwlasers hebben een buiten nivelleerbereik waarschuwing. Wanneer de bouwlaser schever staat dan 5 graden en het mechanisme niet voldoende kan compenseren om de laserlijn genivelleerd (waterpas) te krijgen zal een waarschuwing getoond worden. Vaak stopt de laserstraal met draaien, gaat de bouwlaser uit of begint deze te piepen. Door deze waarschuwing kunnen meetfouten voorkomen worden.





Mechanisme:

Voor bouwlasers bestaan twee soorten mechanismes. Er is het pendelmechanisme wat voornamelijk bij oudere of goedkope bouwlaser gebruikt wordt. Daarnaast bestaat ook het servomotor mechanisme. 

Servomotoren 
Wanneer een bouwlaser door middel van servomotoren genivelleerd wordt, wordt het mechanisme door middel van kleine servomotoren waterpas gesteld. Door de ingebouwde digitale libellen (digitale waterpas) weten de servomotoren hoeveel het binnenwerk bijgesteld moet worden. Het mechanisme kan dus niet meer vrij bewegen, maar zit vast. De servomotoren kunnen het mechanisme zeer nauwkeurig stellen, waardoor een hoge nauwkeurigheid gewaarborgd kan worden. 

Pendelmechanisme
Een pendelmechanisme houdt in dat het volledige binnenwerk van de bouwlaser vrij kan hangen. Door middel van twee beweegbare assen die vrij kunnen bewegen door lagers, is het mogelijk dat het mechanisme kan hangen en vrij kan bewegen. Dit is te vergelijken met het hangen van een steen aan een touw. Deze zal automatisch loodrecht naar beneden hangen. Vaak wordt een pendelmechanisme magnetisch gedempt zodat deze sneller stil hangt. Deze methode wordt bij bouwlasers eigenlijk nooit meer gebruikt. 





Functies:

Bouwlasers zijn verkrijgbaar met verschillende functies. Deze functies zeggen iets over de bouwlaser. Sommige bouwlaser hebben weinig verschillende functies en sommige hebben meer verschillende functies. Hieronder staat per functie uitgelegd wat deze inhoudt. 

Horizontaal
Wanneer de bouwlaser horizontaal gebruikt kan worden, beteken dit dat deze vaak horizontaal zelfnivellerend is. De laserstraal is volledig horizontaal genivelleerd (waterpas). De bouwlaser creëert een groot horizontaal waterpasvlak. De horizontale toepassing wordt vaak gebruikt om hoogte verschillen te detecteren of om de verschillende meetpunten waterpas te krijgen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan heipalen op hoogte zetten, grond egaliseren en vloeren waterpas maken.

Verticaal
Wanneer een bouwlaser verticaal gebruikt kan worden, betekent dit dat de bouwlaser ook gekanteld kan worden zodat de laserlijn niet meer horizontaal draait maar dat nu verticaal doet. Deze laserlijn is dan tevens genivelleerd (waterpas). Dit is vergelijkbaar met een waterpas. Een waterpas kan horizontaal gebruikt worden en vaak ook verticaal wanneer deze van een verticale libel is voorzien. De waterpas dient daarvoor 90 graden gekanteld te worden. De verticale toepassing wordt voornamelijk gebruikt bij het uitlijnen van palen of hekwerken. Ook voor het uitzetten van wanden en muren kan deze functie goed gebruikt worden. 

Afschot
De afschotfunctie wordt gebruikt wanneer bijvoorbeeld straatwerk in afschot (helling) gelegd moet worden naar bijvoorbeeld een put of de straat. Denk hierbij om de afwatering van een parkeerplaats of een oprit. Door de bouwlaser in afschot te zetten, kunnen ook de tussenmaten makkelijk met de ontvanger uitgezet worden.

Loodlijn
De loodlijn is een laserpunt die loodrecht omhoog of omlaag schijnt ten opzichte van het roterende vlak. Een loodpunt naar boven of beneden geeft aan waar het midden van de bouwlaser zich bevindt. Een loodlijn wordt vaak gebruikt bij verticale toepassingen. Door middel van de loodlijn kan de bouwlaser parallel aan bijvoorbeeld een muur geplaatst worden, zodat het roterende vlak in 90 graden (haaks) op deze muur komt te staan. Dit wordt bijvoorbeeld gebruikt bij het haaks plaatsten van een schutting op een muur. De roterende laserstraal kan vervolgens tot grote afstanden gedetecteerd worden met de ontvanger. 





Veiligheid functies:

De meeste bouwlasers zijn uitgerust met functies om de veiligheid van nauwkeurig werken te waarborgen. Deze functies voorkomen vaak dat er meetfouten gemaakt kunnen worden. Hiervoor bestaan veel verschillende functies. Hieronder wordt uitgelegd welke functies er zijn.

Buiten bereik waarschuwing
Deze functie is bijna op elke bouwlaser inbegrepen. Deze waarschuwing zorgt ervoor dat de gebruiker gewaarschuwd wordt wanneer de bouwlaser buiten nivelleerbereik staat. De bouwlaser kan zichzelf vaak nivelleren (waterpas stellen) tot een bereik van 5 graden. Wanneer de bouwlaser schever staat dan die 5 graden, kan het mechanisme dit dus niet meer compenseren en zal de laserlijn dus niet waterpas staan. Door deze functie zal de laserstraal niet gaan roteren en weet de gebruiker dus dat de bouwlaser op een vlakkere ondergrond geplaatst moet worden. Hierdoor kunnen meetfouten voorkomen worden.

TILT functie
Wanneer de TILT functie is ingeschakeld bij een bouwlaser, zal de laserstraal stoppen met draaien wanneer de bouwlaser bewogen wordt. De laserlijn wordt bij beweging uitgeschakeld zodat de gebruiker weet dat de bouwlaser is bewogen. De gebruiker kan nu de laserlijn weer opnieuw instellen en het referentiepunt opnieuw bepalen. Denk bijvoorbeeld aan een situatie dat de bouwlaser aan de andere kant van het werk staat te draaien en dat zonder dat de gebruiker het doorheeft de bouwlaser omgestoten worden en snel weer teruggezet wordt. De hoogte van de bouwlaser is nu gewijzigd waardoor het waterpasvalk niet meer correct is. Op deze manier kunnen veel meetfouten ontstaan. Wanneer de TILT functie is ingeschakeld kan dit dus niet meer gebeuren. De bouwlaser schakelt zichzelf uit of een indicatie LED gaat branden en de laserlijn blijft stil staan. 

SCAN functie
De SCAN functie is ontwikkelt om meetfouten tegen te gaan bij reflectie van de laserstraal. De SCAN functie zorgt ervoor dat de laserstraal niet meer volledig 360 graden ronddraait, maar dat dit nog maar 10, 45, 90 of 180 graden is. De laserstraal draait dus niet meer helemaal rond. Deze functie wordt voornamelijk gebruikt bij het werken naast reflecterende oppervlakken zoals bijvoorbeeld ramen. Normaliter reflecteert de laserlijn in het raam. Deze laserlijn kan hierdoor schuin omhoog terug reflecteren en kan ook door de ontvanger ontvangen worden. De ontvanger en de gebruiker weten natuurlijk niet dat dit de reflectie is en wellicht een andere hoogte is dan de daadwerkelijk laserlijn. Hierdoor ontstaan vaak meetfouten. Door de scanfunctie te activeren en de laserstraal niet in het raam te laten reflecteren, kunnen deze meetfouten gemakkelijk voorkomen worden. 

Zijde uitschakeling
De functie zijde uitschakeling is vergelijkbaar met de SCAN functie. Deze functie wordt voor dezelfde toepassing gebruikt. Bij potentiële reflectie kan zijde uitschakeling geactiveerd worden. Het grote verschil tussen deze functie en de SCAN functie is dat bij zijde uitschakeling de laserkop volledig 360 graden blijft roteren, maar dat softwarematig de laserdiode uitgeschakeld wordt bij een bepaalde zijde. Deze functie is vele malen nauwkeuriger dan de SCAN functie. Deze functie is ook veel uitgebreider dan de SCAN functie. Bij zijde uitschakeling kan vaak gekozen worden welke zijde wel en welke niet zichtbaar is. Deze functie wordt ook vaak gebruikt wanneer er meerdere bouwlasers worden gebruikt op een werkplek. Vaak wordt dan alleen de zijde waar de gebruiker actief is geactiveerd.





Afschot:

Wanneer een bouwlaser in afschot gezet kan worden betekent dat, dat de laserstraal gekanteld kan worden. Per bouwlaser verschilt het of dit wel of niet mogelijk is en of dat in de X-as, Y-as of beide is. De laserlijn is dan niet meer waterpas in die as. De as kan tot een bepaalde hoek gekanteld worden. Dit wordt dan een afschot of een helling genoemd. Op de bouwlaser staat vaak aangegeven waar de X-as of de Y-as zich bevindt. In die as zal de laserlijn zich dan kantelen. De functie afschot wordt gebruikt wanneer bijvoorbeeld straatwerk in afschot (helling) gelegd moet worden naar bijvoorbeeld een put of de straat. Denk hierbij aan de afwatering van een parkeerplaats of oprit. Door de bouwlaser in afschot te zetten kunnen ook de tussenmaten makkelijk met de ontvanger uitgezet worden.





Afschot mechanisme:

Er zijn verschillende afschot mechanismes. Het afschot mechanisme heeft vaak te maken met de kwaliteit van de bouwlaser en de nauwkeurigheid van het afschot. Hieronder staat per soort beschreven wat deze inhoudt.

Handmatig
Bij handmatig afschot wordt het afschot niet door middel van het mechanisme ingesteld, maar simpelweg door de bouwlaser uit de zelf nivelleer stand te halen en de bouwlaser fysiek te kantelen. Het grote nadeel is dat hierdoor de laserlijn niet meer waterpas is. Deze manier van afschot is de minst nauwkeurige.

Manueel
Bij manueel afschot wordt de laserlijn van de bouwlaser door middel van het mechanisme in afschot (helling) gezet. De bouwlaser moet ook uit de zelf nivelleer stand gehaald worden. Hierna kan vaak via de bouwlaser of met de afstandsbediening de X-as, Y-as of beide in afschot gezet worden. Deze manier is veel nauwkeuriger dan handmatig afschot. Het nadeel van manueel afschot is dat de bouwlaser zichzelf niet meer nivelleert. Wanneer de bouwlaser bewogen wordt, zal de laserlijn gewoon door draaien. Hierdoor kunnen sneller meetfouten ontstaan.

Half automatisch
Wanneer een bouwlaser half automatisch in afschot gezet kan worden, betekent dit dat de as die in afschot gezet is niet meer genivelleerd is, maar de andere as wel. De as die niet in afschot staat, zal genivelleerd blijven. Vaak kan hierdoor ook de TILT stand ingeschakeld worden of blijven, waardoor de bouwlaser uitschakelt bij beweging door middel van stoten of verzakking. Het nadeel van half automatisch afschot is dat bij temperatuurverschillen binnen in de bouwlaser het afschot vanzelf kan veranderen, hierdoor kan van 's ochtends tot 's middags een verschil ontstaan terwijl de bouwlaser niet is bewogen.

Vol automatisch
Dit is de meest uitgebreide variant van een afschot mechanisme. Wanneer een bouwlaser een vol automatisch mechanisme heeft, kan het mechanisme tijdens een afschot in beide assen de nivellering controleren. De bouwlaser zal zich blijven nivelleren na het instellen van het afschot. Het afschot zal dus ten alle tijden correct blijven. Bij een vol automatisch mechanisme zal ook de TILT stand ingeschakeld kunnen worden. Dit is de meest nauwkeurige manier om een afschot in te stellen. Hierdoor kunnen uiteraard minder snel meetfouten gemaakt worden. 





Afschot invoer:

Er zijn twee manieren om een afschot in te kunnen voeren met een bouwlaser. De meeste bouwlasers hebben maar één mogelijkheid en dat is manueel. De duurdere bouwlasers die van hogere kwaliteit zijn, hebben soms de mogelijkheid dit digitaal in te voeren. Hieronder wordt beschreven wat beide inhouden. 

Manueel
Wanneer een afschot manueel ingesteld wordt, is dit door middel van de knoppen op de bouwlaser of op de afstandsbediening. Na het instellen van de bouwlaser in de afschotmodus kan door middel van de knoppen de laserlijn handmatig omhoog of omlaag gekanteld worden. 

Digitaal
Bij een digitaal afschot kan een bouwlaser via de bouwlaser zelf of de afstandsbediening in een digitaal afschot worden ingesteld. Dit kan in procenten of in graden. Dit is af te lezen op het LCD van de bouwlaser of de afstandsbediening. De bouwlaser kan via de bouwlaser zelf of via de afstandsbediening bijvoorbeeld in 2,55% afschot gezet worden. De bouwlaser zal automatisch een afschot van 2,55% instellen. 





Totaal afschot:

Het totale afschot is het maximale afschot wat kan worden ingesteld in de twee assen. Het afschot van de twee assen bij elkaar opgeteld kan niet hoger zijn dan het totale afschot. 

Bijvoorbeeld:
Een bouwlaser kan per as 9% afschot instellen. De X-as kan 9% of de Y-as kan 9%. Wanneer beide assen tegelijkertijd in afschot gezet worden, kan het totaal niet boven 12% komen. Wanneer de X-as in 7% afschot staat kan de Y-as niet hoger dan 5% ingesteld worden. Het totale afschot is dan 12%.





Loodlijn:

De loodlijn is te vergelijken met een schietlood. De loodlijn staat altijd loodrecht (haaks) op de roterende laserlijn. Om deze rede heet het een loodlijn. Loodlijnen bij bouwlasers zijn er in twee varianten:

Boven
Bij een loodlijn naar boven is er een loodpunt (laserpunt) loodrecht omhoog. Dit is wanneer de bouwlaser in de horizontale toepassing gebruikt wordt. 

Beneden
Bij een loodlijn beneden is er een loodpunt (laserpunt) loodrecht naar beneden. Ook dit is wanneer de bouwlaser in de horizontale toepassing gebruikt wordt. 





Rotatiesnelheid:

De rotatiesnelheid wordt aangeduid in rotaties per minuut (rpm). Bij sommige bouwlasers kan het aantal rotaties per minuut worden ingesteld. Een lager toerental wordt vaak gebruikt bij machineontvangers. Hoe hoger het toerental, hoe sneller een machineontvanger de laserlijn kan ontvangen. Een lager toerental wordt ook vaak bij interieurtoepassingen gebruikt. Hoe lager het toerental, hoe langer de laserstip op één plek blijft. Hierdoor is de laserlijn beter zichtbaar.





Laserdiode:

De laserdiode van een bouwlaser is in twee kleuren verkrijgbaar: rood en groen. De groene laserdiode is de nieuwste van de twee. De reden hiervoor is dat een laserdiode van zichzelf altijd rood is. Het vereist een duurdere en ingewikkeldere techniek om een groene laserdiode te maken. Door deze techniek en methode zijn de groene laserdiodes duurder dan de rode en ontstaat er een prijsverschil tussen rode en groene bouwlasers. Groen licht is 4 tot 6 keer beter zichtbaar dan rood licht, hierdoor is een groene laserlijn beter te zien. Dit resulteert in een groter bereik (zicht). Ook is groen licht prettiger voor onze ogen om naar te kijken. Onze ogen hoeven minder te focussen op de laserlijn en daarom werkt het prettiger met een groene laserstraal. Dit is dus alleen een voordeel wanneer een bouwlaser binnen gebruikt wordt. Voor het gebruik met een handontvanger maakt de kleur van de diode geen verschil.

Golflengte
Naast de klasse van een laserdiode wordt ook de golflengte aangeduid. De golflengte van een laserdiode bepaalt de kleur van de laserstraal. De golflengte tussen 620 en 680 nm wordt gebruikt voor rode lasers van bouwlasers. Voor groene lasers wordt vaak een golflengte gebruikt tussen 510 en 535 nm. Hieronder de tabel met golflengtes.

Golflengte tabel TOP-Lijnlaser

Laser classificaties
Bouwlasers die worden verkocht, moeten voorzien zijn van een classificatie-aanduiding die aangeeft hoe gevaarlijk de laser is, in een getal van 1 (ongevaarlijk) tot 4 (zeer gevaarlijk), die gedefinieerd zijn in officiële richtlijnen. De klassen zijn:

  • Klasse 1:
    De laser is ongevaarlijk onder alle omstandigheden, hetzij door een laag vermogen, dan wel door een afscherming die ervoor zorgt dat het licht de ogen niet kan bereiken. De lasers in cd-branders hebben een vrij hoog vermogen, maar zijn klasse 1 om laatstgenoemde reden. Lasers in streepjescodelezers vallen ook onder deze klasse omdat de laserbundel zo snel beweegt dat er nooit een gevaarlijke hoeveelheid licht in het oog kan komen.

  • Klasse 1M:
    De laser is veilig bij directe instraling in het oog (golflengte 302,5 tot 400 nm), maar zou gevaarlijk kunnen worden bij gebruik van een optisch instrument, zoals een vergrootglas of verrekijker. Lasers van deze klasse hebben een divergerende bundel of een brede bundeldiameter waardoor het gebruik gevaarlijk kan zijn.

  • Klasse 2:
    De laser is ongevaarlijk bij normaal gebruik, omdat de reflex om het oog te sluiten voorkomt dat er een oogschade optreedt. Dit zijn zichtbaar-licht-lasers (golflengte 400 tot 701 nm) met vermogens tot 1 mW, zoals de meeste laserpointers. Enkele seconden in een dergelijke laser staren kan wel tot (kleine) oogbeschadigingen leiden.

  • Klasse 2M:
    Laser vergelijkbaar met klasse 2, onder de voorwaarde dat er geen instrumenten als lenzen gebruikt worden die het licht zouden kunnen concentreren. Lasers uit deze klasse produceren een hoog divergerende bundel of brede bundeldiameter.

  • Klasse 3R:
    Deze laser wordt beschouwd als ongevaarlijk, maar kan potentieel gevaarlijk zijn wanneer direct in de laserbundel wordt gekeken. De limiet is 5 keer de waarde van de limiet die geldt voor klasse 1 (voor onzichtbaar licht) of klasse 2 (voor zichtbaar licht).




Bescherming:

Wat betekent de IP waarde van een bouwlaser? De bescherming van een bouwlaser wordt aangeduid met een IP waarde. De IP waarde zegt wat over de water- en stofdichtheid van een bouwlaser. Hieronder de tabel met uitleg over de IP waarde cijfers. Bijvoorbeeld een IP waarde van IP54 houdt in: 5x (stofbescherming) en x4 (plensdicht). De bouwlaser is in dit voorbeeld stofbestendig en plensdicht.

 

Tabel met IP waardes betekenis





Werkduur:

De werkduur van een bouwlaser is afhankelijk van het verbruik van de laserdiodes en de sterkte van de accu of batterijen. Bij TOP-Bouwlaser proberen we de werkduur zo realistisch mogelijk aan te geven, maar wel in gunstige omstandigheden. We gaan er dus niet vanuit dat de bouwlaser continu in verschillende functies gebruikt wordt, maar ook niet dat de bouwlaser continu op één en dezelfde positie staat te draaien. De werkduur wordt weergegeven in aaneengesloten uren. In werkelijkheid zal de werkduur dus aanzienlijk langer lijken, omdat meestal de bouwlaser niet aaneengesloten gebruikt wordt. Wanneer de bouwlaser tijdens gebruik gemiddeld 2 uur per dag gebruikt wordt en de werkduur normaal 10 uur is, heeft de bouwlaser dus eigenlijk een werkduur van één week, omdat deze 5 dagen lang 2 uur gebruikt kan worden. De werkduur is ook afhankelijk van de werktemperatuur. Bij een temperatuur onder de 6°C zal de werkduur met 20% afnemen. Bij temperaturen boven de 35°C zal de werkduur ook afnemen met 20%. Het betreft dan de interne temperatuur van de bouwlaser. Wanneer deze dus in de zon staat en het buiten maar 25°C is, kan de binnentemperatuur van de bouwlaser wel oplopen tot 40°C waardoor de werkduur dus kan afnemen. Dit heeft onder andere te maken met het soort accu, bij NiMH accu's is het verlies groter dan bij de nieuwe Li-Ion accu's.





Voeding:

De voeding van de bouwlaser geeft weer met welke bron de bouwlaser gevoed wordt van stroom. Hier zijn verschillende mogelijkheden van toepassing. 

NiMH accu
NiMH staat voor Nikkel Metaal Hydride. Deze accu soort bestaat al jaren en is de opvolger van NiCd (Nikkel Cadmium). Tegenwoordig zijn de oplaadbare batterijen vaak ook NiMH. De ontwikkelingen zijn gestopt bij deze accusoort. Betrouwbaarheid en degelijkheid zijn een begrip voor NiMH. Het nadeel is dat de NiMH accu's niet goed tegen temperatuursverschillen kunnen en een minder lange levensduur hebben. 

Li-Ion accu
Li-Ion staat voor Lithium Ion. Dit is de nieuwste technologie en opvolger van NiMH. Het voordeel van Li-Ion is dat deze accu's langer meegaan en beter tegen temperatuursverschillen kunnen. Li-Ion is vaak ook krachtiger dan NiMH en kan daardoor een langere werkduur garanderen. Een Li-Ion accu heeft geen geheugenfunctie, wat inhoudt dat deze zou onthouden dat hij elke dag wordt geladen, wat resulteert dat hij in één dag leeg is. De zelfontlading is nihil waardoor bij weinig gebruik de accu nog vol blijft. Li-Ion accu zijn minder zwaar en compacter. Ten opzichte van NiMH is dit de toekomst.

Alkaline batterijen
De Alkaline batterijen kennen we al jaren. Bij bouwlasers wordt vaak gebruik gemaakt van twee soorten, de D-cell en de C-cell batterij. Alkaline is betrouwbaar en sterk. De werkduur van bouwlasers met alkaline batterijen zijn daarom ook vaak langer dan die met accu. Het nadeel is natuurlijk dat wanneer de alkaline batterijen leeg zijn, deze niet meer hergebruikt kunnen worden en ingeleverd dienen te worden bij een batterijrecyclingpunt. 





Oplaadbaar:

Wanneer een bouwlaser oplaadbaar is, wil dat zeggen dat de accu in de bouwlaser op te laden is. Dit kan op verschillende manieren het geval zijn. Het kan zijn dat er een interne accu inzit en deze via een aansluiting op de bouwlaser op te laden is. Soms moet de accu opgeladen worden op de accu zelf en is de aansluiting op de bouwlaser enkel voor de netstroomvoorziening. Soms dient de accu uit de bouwlaser gehaald te worden om de accu op te kunnen laden. 





Netstroomaansluiting:

Wanneer een bouwlaser een netstroomaansluiting heeft, kan deze met de adapter (oplader) via netstroom gebruikt worden. Wanneer de bouwlaser via de netstroom (lichtnet) gebruikt wordt, zit deze dus verbonden via een stekker met snoer en aansluiting van de bouwlaser aan een stopcontact. Op deze manier kost het geen batterij of accu om de bouwlaser te gebruiken. Dit kan handig zijn wanneer een bouwlaser voor een lange aaneengesloten periode gebruikt dient te worden. Sommige bouwlasers zijn via netstroom te gebruiken op de accu. Dat houdt in dat de oplader op de accu aangesloten dient te worden maar dat er wel doorgewerkt kan worden. Soms kan de bouwlaser ook via netstroom gebruikt worden en kan de oplader rechtstreeks in de bouwlaser gestoken worden. Dat houdt in dat de bouwlaser gebruikt kan worden zonder accu of batterijen en ook enkel via netstroom te gebruiken is.





Werktemperatuur:

De werktemperatuur van een bouwlaser is erg belangrijk. Sommige situaties vereisen een bouwlaser met een groot bereik aan werktemperatuur, omdat bijvoorbeeld de bouwlaser vaak buiten in de kou staat. Niet elke bouwlaser kan goed tegen de kou. Dit is afhankelijk van twee dingen. De accu (batterijen) en de laserdiodes. Sommige laserdiodes kunnen niet goed tegen de kou. Hierdoor kunnen de laserlijnen minder goed zichtbaar worden of zelfs helemaal niet meer zichtbaar zijn. Per bouwlaser staat aangegeven wat de minimale en maximale werktemperatuur is. Binnen dit bereik kan er wel al verschil in lasersterkte zitten. Wanneer bij een bouwlaser vermeldt staat dat het een werktemperatuur heeft van 0°C tot 40°C, kan het zijn dat de lasersterkte bij 6°C en kouder al zwakker wordt en het bereik dus afneemt.





Gewicht:

Het gewicht van een bouwlaser wordt vaak aangeduid in kilo's. Het betreft het gewicht van enkel de bouwlaser. De koffer met eventuele accessoires worden hierin niet meegerekend. 





Aansluiting:

Bij bouwlasers wordt er eigenlijk alleen maar gebruik gemaakt van een 5/8" aansluiting. De 5/8" aansluiting is te vergelijken met een M10 bout of moer. Het is geen M10 maar de grootte is ongeveer hetzelfde. Het draad van de 5/8" is uniek en wordt vaak alleen bij de lasers gebruikt. Deze grotere aansluiting biedt voldoende stevigheid bij zwaardere bouwlasers. Deze aansluiting is tevens de meest voorkomende aansluiting voor statieven. Bijna alle laserstatieven zijn voorzien van deze 5/8" aansluiting. We spreken dit uit als vijf achtste inch. 





Afmetingen LxBxH:

De afmetingen van de bouwlasers worden vermeldt per product. De afmeting is van enkel de bouwlaser. De afmetingen worden vaak in millimeters weergegeven voor de Lengte, Breedte en Hoogte.





Garantie:

De garantieperiode van elke bouwlaser staat vermeldt per bouwlaser. Bij sommige bouwlasers dient de bouwlaser geregistreerd te worden bij de fabrikant, dan staat het vermeldt in dit veld. De garantie kan altijd via TOP-Bouwlaser.nl gerealiseerd worden. Wij behandelen uw garantie. De bouwlaser kan naar ons verzonden worden of gewoon langs gebracht worden.